|
|
Kwaliteitsindicatoren
De indicatoren, die gebruikt worden om de kwaliteit van zorg te volgen, zijn
geselecteerd op basis van de Zorgstandaard NDF 2007, het rapport
Diabeteszorg Beter 2005, de NHG-Standaard 2006 en de Landelijke set
indicatoren diabeteszorg vastgesteld door de NHG/LHV (zie ook
Links). Volgens deze
richtlijnen en standaarden dienen tenminste jaarlijks controles plaats te
vinden van HbA1c, bloeddruk, lipidenspectrum, creatinine, albuminurie, ogen
en voeten. Patiënten met te hoge waarden van HbA1c, bloeddruk, overall
cardiovasculair risico of albuminurie dienen medicamenteus behandeld te
worden, waarbij het streven allereerst het verlagen van de desbetreffende
risicofactoren is, maar het uiteindelijk gaat om het verminderen van
nierfalen, hart- en vaatziekten, amputaties en blindheid.
De monitoring binnen Giantt is allereerst gericht op de kwaliteit van
controle en medicamenteuze behandeling van diabetes patiënten. Vanaf 2004
worden daarmee overzichten geleverd worden van relevante proces- en
uitkomstmaten t.a.v. controle en behandeling per kalenderjaar (zie Basisset
in tabel 1). In een latere fase kan naar aanvullende indicatoren en gevolgen
op morbiditeit en mortaliteit gekeken worden. De indicatoren worden
afzonderlijk geleverd per:
Tabel 1. Proces- en uitkomstindicatoren: Basisset (Bs) gebruikt voor
monitoring en Aanvullende set (As) in ontwikkeltraject
|
Nr |
Bs |
As |
NHG* |
Parameter |
Proces-indicatoren |
Uitkomst-indicatoren |
|
Patiëntgegevens |
|
|
|
00 |
+ |
|
1/5 |
Hoofdbehandelaar huisarts |
- |
populatie beschrijving |
|
01 |
+ |
|
- |
Geboortedatum |
- |
populatie beschrijving |
|
02 |
+ |
|
- |
Geslacht |
- |
populatie beschrijving |
|
03 |
+ |
|
- |
Jaar van diagnose |
- |
populatie beschrijving |
|
Behandeling |
|
|
04 |
+ |
|
27 |
Alleen lifestyle en dieet |
% ptn zonder orale glucoseregulerende medicatie |
|
05 |
+ |
|
28 |
Orale medicatie |
% ptn met orale glucoseregulerende medicatie |
|
06 |
+ |
|
29 |
Orale medicatie + insulines |
% ptn met orale glucoseregulerende medicatie + insuline |
|
07 |
+ |
|
30 |
Insulines |
% ptn met insuline zonder orale glucoseregulerende medicatie |
|
08 |
+ |
|
- |
Antihypertensiva |
% ptn met verhoogde bloeddruk en antihypertensiva |
|
09 |
+ |
|
14 |
Lipidenverlagende
medicatie |
% ptn met
lipidenverlagende medicatie |
|
Controles en laboratoriumwaarden |
|
|
|
10 |
+ |
|
9/10
|
Bloeddruk |
% ptn met meetwaarde in voorafgaande jaar |
% ptn met SBD<140 resp >160#
|
|
11 |
+ |
|
21/22 |
BMI/gewicht |
% ptn met meetwaarde |
% ptn met BMI<25 resp >30# |
|
12 |
+ |
|
6/8 |
HbA1c in bloed |
% ptn met meetwaarde |
% ptn met HbA1c <7.0 resp >8.5# |
|
13 |
+ |
|
11/13 |
Lipiden in bloed: TC / LDL |
% ptn met meetwaarde |
% ptn met TC < 4.5 of LDL<2.5# |
|
14 |
+ |
|
15/17 |
Creatinine in bloed |
% ptn met meetwaarde |
% ptn met lage creatinine-klaring# |
|
15 |
+ |
|
18 |
Albumine in urine |
% ptn met meetwaarde |
% ptn met micro-albuminurie# |
|
16 |
+ |
|
19/34 |
Roken |
% ptn met registratie |
% rokers |
|
17 |
+ |
|
25/26 |
Oogonderzoek |
% ptn met funduscontrole in 24 mnd |
% ptn met retinopathie |
|
18 |
|
+ |
23/24 |
Voetonderzoek |
% ptn met voetonderzoek |
% ptn met afwijkingen |
|
19 |
|
+ |
38/39/ 40 |
Voeding, beweging |
% ptn met registratie |
|
|
20 |
+ |
+ |
31 |
Totaal controle |
% ptn met alle meetwaarden |
|
*NHG=indicatornummer in landelijke NHG/LHV set diabeteszorg; #uit te
splitsen voor verschillende afkappunten
ptn=patiënten; SBD=systolische bloeddruk, DBD=diastolische bloeddruk,
TC=totaal cholesterol
|